Thais denken

Studenten werken voor leraren

Ruilhandel

“I give you because I’m your mother” kreeg ik vaak te horen als ik weer iets kreeg. En dat gebeurde heel vaak. De mensen in Thailand zorgen voor je en willen graag voor je zorgen. En in het begin snapte ik niet hoe ze dat konden doen, en waarom ze dat deden. Was dat echt uit eigen belang? Houden ze wel genoeg over voor zichzelf? Nu snap ik dat ze ten eerste zoveel kunnen geven omdat iedereen veel meer met elkaar leeft als in een familie. Je weet dat als je iets geeft je het altijd op een bepaalde manier terug kan krijgen.  Ten tweede leek het geven niet helemaal voor de ander. Er leek een blijk van trots in te zitten. Ik kan geven. Ik kan het me veroorloven. Bij etentjes betaalde meestal degene het hoogst op de hiërarchische ladder. De directrice was de grootste gever. Ook als ik iets wilde teruggeven dan weigerde mijn Thaise vrienden vaak. Het aannemen van iets kleins was een slag voor je imago. Je verloor iets van je respect. Terwijl ze ten tweede niet niets van je terug verwachtten als zij iets gaven. Zoals ik al zei, mensen leven zo dicht met elkaar dat ze er zeker van kunnen zijn dat ze iets terug krijgen. Maar het was dan aan hun om te bepalen wat ze van je wilde. “Maud kom langs de koffieshop, er zijn hier wat studenten die Engels willen leren.” Ook de altijd rondhangende studenten kregen eten, en in ruil daarvoor, werden ze verordonneerd tot het doen van klusjes.  Bepaalde klusjes (water halen) en bepaalde cadeautjes (restjes eten) waren geschikt voor studenten.

Wat ik kreeg was ook niet dat wat ik persé nodig had. In het begin werd ik helemaal volgestopt met eten. Elke keer als ik iemand tegen kwam, kreeg ik een praatje, en een mandarijn of een pakje rijst met gefrituurde varkens pootjes. Allemaal suikertantes waren het. De Directrice gaf mij eens een tripje naar haar boomgaarden in Chang Mai. We gingen er drie dagen. Een dag rijden heen, een dag rijden terug, en een dag in megalomane groenheid van het noorden van Thailand. “kom, ik laat je het zus en zo national park zien. En kijk hier, Nice no? En wat denk je hiervan? kom, kom, kijk, kijk. En zo rende we rond. Ik werd niet gevraagd of ik het wel wilde. Ik had het gevoel dat het me werd opgedrongen. De reis ging snel. Er werd zo veel mogelijk in zo weinig mogelijk tijd gedaan, zodat het duidelijk werd dat de gever veel wist en veel kon geven. In Thailand had ik het gevoel dat ze me, door te geven, me kochten, me toe-eigende.

Jouw problemen zijn mijn problemen. Ik help je, ik breng je. De grootste omwegen worden er voor jou gemaakt en wel onmiddellijk. Sommen geld worden neergelegd om jou probleem op te kunnen lossen. Ze denken niet voor zichzelf na, maar voor iedereen in de directe omgeving. Ze hebben werkelijk een extended mind. Profesioneel kan je het niet noemen. De familie tentakels rijken uit tot aan de leerlingen. En de directrice is de oppermoeder.

Beslissingen

In dit systeem waar in ruil voor grote giften totale gehoorzaamheid wordt verwacht kunnen mensen werken zoals de Directrice werkt. De Directrice werkt dag en nacht en in het weekend en is voortdurend omringd door mensen die haar nodig hebben. Ze reist continu op en neer. Naar Bangkok om te praten met ministeries, naar haar 5 huizen verspreid over Thailand, naar haar twee boomgaarden, en ressort dat ze runt. Het lijkt erop alsof er nooit maar dan ook nooit tijd heeft om na te denken. Maar dat hoeft ook niet. Onder zicht heeft ze alleen maar Ja knikkers, die alles voor haar uitvoeren. En omdat de kwaliteit van de resultaten er niet zo veel toe doet, (niemand houdt hier van kritiek) is geen opdracht onmogelijk. Wat zij zegt gebeurt, met altijd een medium resultaat.

Ook Poom is een Directeur in de dop. Poom werkt zich een slag in de rondte. Hij zegt op alles ja. Heeft twee banen in de tijd van een baan. Hij heeft geen tijd om dingen goed voor te bereiden, is chaotisch, verliest test resultaten. Het maakt allemaal niet uit. Hij improviseert en zuigt uit z’n duim. En van dit systeem zijn de mensen om wie het gaat de dupe, de leerlingen. Zij krijgen maar halfslachtig les. Maar ook zij lijken dit niet heel erg te vinden. Ze doen niets liever dan een beetje hangen en worstjes eten.

Een keer legde ik het uit aan Poom. “Poom, stel je voor ik ben Thais en ik brouw een biertje voor je. Jij neemt een slok en zegt omdat je mij niet wil teleurstellen dat het lekker is. Het biertje, dat gemaakt is met het idee dat jij het toch wel lekker vindt, is niet heel veel moeite in gestoken. Het biertje is best ok, maar echt niet denderend. Beide zijn we blij, jij omdat je een biertje krijgt, ik omdat ik je blij heb gemaakt en omdat het biertje bevalt. Maar vooral omdat het een gezellige avond is gebleven. Het biertje daarentegen, kan veel beter.”

Zo houdt iedereen elkaar tevreden en het voelt allemaal heel fijn. Poom kan keihard werken zonder een burn-out te krijgen, omdat er geen druk op de kwaliteit staat en er minieme controle is. Het voelt fijn omdat iedereen elkaar spaart, en er niemand klaagt. Het voelt ook fijn omdat niet van iedereen verwacht wordt dat ie een alpha-vrouw of man wordt. Er is een plek voor de mensen die gehoorzaam zijn en cadeautjes krijgen, en het is niet iets waar je je voor hoeft te schamen. “I’m shy”, wordt hier vaak als excuus gegeven om iets niet aan te pakken. Het is bijna een deugd.

Altijd te laat, behalve op je afstuderen

De taart

Op afstudeer dag was het podium in de zaal van het hotel roze en goud gedrapeerd en gevuld met bloemen. In het midden van het podium stond de kansel in de vorm van een gelaagde taart. Ook wij hadden roze blousjes aan en mantelpakjes aan, voor zover als dat ging.  En we wachtten beleefd heel lang tot alle directeuren er waren. Op het podium gebeurde een hele tijd nog niets, behalve dat er soms wat bewoog binnen in de taart.

Aan de linkerkant van het podium zaten de belangrijken. De mannen van de gemeente, onze en andere schooldirecteuren op de eerste rij, onze vicedirecteuren op de tweede rij, aan allen wordt er kruipend koffie en water aangeboden.

Toen het tijd was, kwam de directrice op, haar mantelpak matchtte precies met het zuurstok van haar omgeving. Ze maakte een enorme buiging voor Buddha, een ingewikkelde kniebuiging voor de afbeelding van de koning en stond even later breed glimlachend voor de massa, een glimlach die die ochtend niet meer van haar gezicht zou komen.

Eerst overhandigde ze cadeautjes. Aan de sponsoren: het hotel, de bloemist, Kentucky Fried Chicken. Overhandigen van cadeautjes gaat gepaard met vele buigingen, een draai naar het publiek zodat iedereen goed kan zien wie geeft en wie neemt, een foto. Ook de vice presidenten krijgen een cadeautje. En nooit heb ik ze zo buigend gezien als vandaag. Vandaag is alles officieel, en plotseling wordt het duidelijk wat het eigenlijk betekent, Directrice zijn.

De Directrice gaat in de taart staan. De 1000 studenten komen lang om met geoefende dansjes hun diploma in ontvangst te nemen. Buiging, drie passen vooruit, aannemen van het diploma van de directrice, die het weer van de mensen verschuilt in de taart heeft aangenomen, drie passen achteruit, en af. Dit is het meest officiele evenement dat ik ooit heb bijgewoond, plotseling zijn er stricte beleefdheidsregels voor alles. Zeker in vergelijking met wat het diploma eigenlijk betekent.

Don’t worry about the detail

Want het onderwijs, had ik dat al verteld, slaat kant nog wal. Iedereen komt te laat of komen niet. Ik had klassen van drie, waar er eigenlijk 30 hadden moeten zijn. Als ik vraag om een presentatie wordt alles van internet gekopieerd, of in z’n geheel vertaald met Google-translate waardoor niets, maar dan ook niet meer klopt. Het wordt voorgelezen in Engels dat ik niet versta. De cijfers worden soms gegeven op basis hoe goed iemand zich gedraagt in de klas, omdat gegevens verloren zijn gegaan.

Congratulations on your success

Er worden meestal groepsopdrachten gegeven. Dit betekent dat degene die het meeste weet, het maakt, de rest doet niets, of plakt de plaatjes. Ook in de klas wordt er samen geantwoord. Eens vroeg ik een piepklein jongetje die altijd de juiste antwoorden aan het meisje links van hem fluisterde, zelf om een antwoord te geven. Hij keek verschrikkelijk benauwd, en weer fluisterde hij het goede antwoord in het oor van het meisje en het meisje antwoordde, ondanks mijn uitdrukkelijke vraag aan hem. Ook ik maak voortdurend gebruik van de mensen die het meeste weten. “Who understands what I say?”  ”Ok, please explain it to the rest of the class in Thai.”

De mensen die iets leren zijn de mensen die al iets kunnen, de rest heeft veel te veel mogelijkheden om weg te glippen. En zo wordt het verschil alleen maar groter. Hoe meer chaos er bestaat in de klas, hoe meer verschil in het niveau van leerlingen er kan ontstaan. Regulatie maakt gelijk, heb ik hier ervaren. En doordat hier het concept klas ook niet heel strak omlijnt is, is het effect van dit mechanisme nog groter.

Leerlingen zwermen voortdurend rond leraren om ze te helpen. Administratieve klusjes, kopiëren, water halen. Maar ook grotere problemen worden opgelost met behulp van leerlingen, die zich opdringen. Er is een probleem met een toeristisch project. Leerlingen hebben de opdracht om kaartjes voor een reis van een paar dagen te verkopen. 10 per persoon, 2000 baht per stuk (50 euro). Ze hebben zelf geïnvesteerd in de kaartjes, maar ze kunnen ze niet kwijt. En het lijkt erop alsof ze op het punt staan om veel geld te verliezen. Er moet iets veranderen en leraren en leerlingen zijn hard op zoek naar een oplossing. De leerling met de grootste bek, Ploy, Patty, Monkey, (kies een naam), hangt voortdurend aan de telefoon, met bedrijven en directeuren en geniet zichtbaar van al haar belangrijkheid.

Een moment beklaag ik me bij Poom. “Poom ik heb geen idee of het goed is wat ik doe.” Ik vertel ze maar wat over push en pull factoren en the piramide van Maslow, terwijl dat misschien wel veel te ver gaat.” Poom zegt: “Don’t worry about the detail. Just make sure your class is funny.”

Leren in de wandelgangen noem ik het. Mensen worden tot niets geforceerd en pakken alleen bij toeval iets op. Zoals ik hier in het begin zwom in een warm bad met kritiekloze glimlachen, zo hangen de leerlingen hier in eenzelfde bad.

Money, body, a love story

In het begin van mijn tijd in Udon Thani zag is ze soms, als witte eilandjes tussen de Thaise mensen. Ik fietste nog rond in mijn eigen buurt, een buurt met heel veel scholen, een ziekenhuis, en een groot meer waar iedereen in de avond om heen fietst of rent. De witte mannen waren denk ik nog van het betere soort. Mannen met een beetje thaise kennis, een min of meer stabiel gezin. Het leek allemaal redelijk normaal.

Totdat ik visite kreeg van Danny, vriend uit Edinburgh, en drie Duitse jongens die hij had ontmoet in de trein. Plotseling zaten we met z’n drieeen op een scooter, waren we op weg naar wildernis en watervallen, (welken we nooit vonden), en gingen we bovenal bier drinken in het centrum. Het bleek het territorium van farrangs, de vieze oude mannen, met hun Thaise meisjes. Straten vol met kroegen waar de meisjes je joelend naar binnen trekken. De mannen waren nog een tikkeltje lelijker, een tikkeltje ouder, een tikkeltje dikker en hun vrouwen wat meer ervaren dan degenen die ik eerder tegenkwam.

Het begon al bij scooterverhuur Erwin. Hier verwelkomen 7 tot 8 Duitse mannen, rond de 60 je met gezwollen buiken, tatouages, en koud bier. De ijskast is vol met leverkaas, Weiss wurst, mosterd en zuurkool. Twee van hun vrouwen staan achter de bar om de sleutel in ontvangst te nemen. Betalen doe je aan Erwin zelf. Want af en toe verhuren ze een scooter, als het zo uit komt. Deze mannen hebben toch alles wat ze begeren, al het goeds van thuis in de koelkast, het goede van Thailand achter de bar. Beter kan je je pensioen niet regelen.

Udon Thani is de stad met de meeste families met een farrang (westerse buitenlander) als man, 50.000 op een bevolking van 400.000. Dit heeft waarschijnlijk te maken dat Udon Thani een belangrijke air force base was gedurende de Vietnam oorlog. Thailand was in die tijd een vakantie oord voor soldaten. Nu, soldaar-af, is het dat nog steeds.

Bij twee van deze families ben ik uitgenodigd. Een keer door leerling, Marut, een gelikt uitziende jongen, die mij als een voleerde gast vrouw, (hij is student hospitality), in het begin van mijn Udon Thani carierre schoenen heeft helpen kopen. De jongen droeg mijn tas, wees mij met de meest elegante bewegingen de ingang van Central Plaza, de roltrap, nog een roltrap, de winkel.

De moeder is een gehaaide thaise vrouw, die redelijk goed engels spreekt voor een thaise. Een gepensioneerde ex sergiant is de vader. Als we hun terrein komen oprijden zit hij gehurkt samen met de grootmoeder en buurvrouwen houtjes te hakken voor het huis. Zijn reden om hier heen te komen is zeer duidelijk een teleurstellend leven. Een slepend huwelijk, een kanon van een scheiding, waar de zus van zijn vrouw uiteindelijk het huis in brand heeft gestoken. Het overlijden van zijn vader deed hem besluiten te vertrekken naar het land waar je een liefhebbende vrouw kan kopen en waar het de regel is dat zo lang als mogelijk de vrede wordt bewaard. Het land waar het uiten van je woede of misnoegen not done is, of met de grootst mogelijke omslachtigheid moet gebeuren. Het feit dat je de taal niet spreekt maakt de gelukzalige bubbel alleen maar groter.

Er is een grote afstand tussen het gedachte leven van de man en de vrouw. Ze zijn leuk met elkaar, ze maken grapjes en zijn knuffelig. Maar als hij met mij praat, praat hij voortdurend met een Amerikaans perspectief over Thailand. Waar de director bij zit, (Ja, de director heeft ons ‘s morgens vroeg gebracht met haar auto) heeft hij het over de politiek, geeft wat kritiek op de koning en de minimale vrijheid om daar wat over te zeggen, over de Chinese maffia in Udon Thani, praat altijd in termen van wij en zij en eindigt al zijn zinnen met: ”Maar daar kan je niet over praten in Thailand.” En lacht naar de Director voor wie het gesprek veel te snel gaat, maar altijd terug lacht. De gedachtes blijven bij hem, en z’n farrang vrienden. Ondertussen heeft z’n vrouw een grote vis gebakken, en later zitten we gezamelijk te eten op een grote mat op de vloer. Nog steeds praten de man en ik met de benen onder ons gevouwen over het verkeer in Thailand, en het feit dat je als farrang altijd schuldig wordt bevonden in een ongeluk. De vrouwen praten over het eten, over mijn grote neus, over de voorderingen van Marut.

Deze man is niet per ongeluk hier terrecht gekomen. Hij is naar Thailand gekomen met de reden een nieuw leven te beginnen. Dit wordt vergemakkelijkt door de vele dating sites speciaal opgezet voor mannen als de vader van Marut.

Later ben ik te gast bij John en Lilian. Ook zij hebben elkaar ontmoet op een dergelijke site. John is een vrolijke dikke Amerikaan, die les heeft gegeven op de Summer School van Mooy. Hij heeft een groot huis in een dorp bij Udon Thani. Het huis is zeer Amerikaans, heeft hele grote deuren. Lilian vertelt me voortdurend hoeveel alles heeft gekost. “De deur was twee milljoen baht, de klink was zoveel duizend baht, en zelfgemaakt.”

Lilian is een verpleegster in het Bangkok ziekenhuis, ze doet aan carving, het uitsnijden van figuren in fruit. Ze laat ons eindeloos veel foto’s zien van haar creaties. John heeft veel banen gehad, en is obviously een man met een enthousiasmerend talent. Hij speelde in meerdere bands en in het midden van de kamer staat zijn studio, een piano, een microfoon, en drie verschillende keyboards. We drinken de beste witte wijn, John was ooit wijnhandelaar. En ook hij heeft een slepend huwelijk achter de rug. Maar in Thailand, zegt John, nemen mensen je zoals je bent. Hoewel z’n vrouw net naar bed is gegaan en om 6 uur op moet, geeft hij rond twee uur, het einde van de avond, een klein concertje in z’n koophuis.

 

she/he

In het Thais wordt iedereen voortdurend woordelijk herinnerd aan zijn of haar gender. Het is beleeft als je elke zin met Ka of Kob eindigt. Vrouwen zeggen Ka. Mannen zeggen Kob. Ka en Kob betekent ook ja. Het komt heel vaak voor.

En ook anderszins wordt het verschil goed uitgedrukt. Op mijn public vocational school moeten vooral vrouwen zich aan bepaalde kleding regels houden. Als ik les geef moet ik een rok aan. Maar mijn rokken mogen niet te kort zijn.

Lily, lerares Chinees, nodigde mij in week drie uit om te ontbijten op de zusterafdeling. Ze hadden al van me gehoord, en ze waren al onder de indruk van mijn fietstocht. Maar ze hadden niet het idee dat ik zo’n goede lerares zou zijn. Why not? Mijn rokjes waren te kort, mijn haar te veel in de war, geen make-up. “You are beautiful but you do not take care of yourself.”  Ze willen me helpen. Mijn maat wordt opgenomen, en de volgende dag wordt ik meegenomen naar de bevriende Thai Dress designer, die nog wat kleding heeft liggen. Gelukkig komen de rokken nog steeds boven mijn knieen omdat ik zo lang ben, maar ze zijn inderdaad keurig strak, van mijn been bewegingsruimte is niet zoveel meer over. En meer mensen willen mij helpen. De schoonmaakster maakt strakke vlechten naar achter, de studentes knippen mijn nagels en geven mij elastiekjes.

Het helpt een beetje. Ik pas me aan. Ik draag de aangeboden rokken als ik moet lesgeven. In de ochtend zit m’n haar naar achter met knipjes. Maar nooit voor lang. Ondanks mijn vastgebonden benen, spring ik enthousiast door de klas als iemand mij een (zo minimaal mogelijk) antwoord heeft kunnen geven. Ik zit op tafels (keep your legs together). En waar zij minimaal elk uur in de spiegel kijken, blijft dit bij mij eens per 24.

De jare 50 komt ook terug in het feit dat ik op deze school geen jongens mag laten overnachten. Geen bevriende vrienden. Behalve als ze met mij verloofd of getrouwd zijn. Dit wordt toegepast, ook al denken ze dat ik lesbisch ben.

Lesbisch ben ik omdat ik een keer meegevoetbalt heb met de jongens. Dit was op teachersday. Teachersday is een soort sportdag voor leraren van vocational schools in Udon Thani. De bedoeling is dat we tegen elkaar voetballen, badmintonnen, touwtrekken, zaklopen etc. maar bij ons blijkt dat we vooral dansend, zingend, joelend, trommelend aanmoedigen. Ik kan niet heel lang toekijken. Na een paar keer gevraagd te hebben hoe je mee kan doen met voetbal, benader ik een van de teams. Ik zeg dat ik best mee kan doen, en dat ik in Nederland een team heb dat bijna kampioen is. Onmiddellijk mag ik schoenen lenen en wordt ik ingezet. Links voor.

Ik heb al heel lang niet gevoetbald en kan er niets van. Maar ben een item van jewelste. Ik wordt ondervraagt door de wedstrijdverslaggever, wordt toegejuicht, “go Mau”, er wordt voor mijn leven gevreesd als ik te dicht bij een man kom. Ik mag de vrije trap nemen (mis). Ik ben een Mascotte, iets bizars in het velt, ik had ook een apenpak aan kunnen hebben.

Daarnaast zijn er de prostituees. Ik weet niet of het er perse meer zijn dan in andere landen rond mij. Ze zijn in ieder geval duidelijker aanwezig. Misschien komt dat wel omdat de hoerenlopers zo duidelijk aanwezig zijn. Ze zijn groot wit dik en oud, en verzamelen zich in het centrum van Udon Thani.

Om alles nog verwarrender te maken zijn er hier ladyboys in overvloed. Niet onder de teachers. Het conservatievere deel van de teachers zijn niet heel dol op ladyboys. Meer onder de studenten. En ze zijn soms zo goed vermomd dat ik niet zo goed weet hoeveel het er zijn. Ik denk dat het aan de ene kant een stijl is. Dit is alternatief zijn in Thailand. Want het gaat niet perse altijd all the way. Er zijn ook wannebe ladyboys. Jongens die hun nagels lakken, soms een rokje aan doen, strikjes in het haar. Ik geef de ladyboy op de foto engels in Mooys coffeeshop en zij was werkelijk fenomenaal vrouw op het podium. Misschien val ik wel op ladyboys.

 

Ik wil je helpen

Poom (rechts) is mijn supervisor. Poom heeft tot op het moment dat ik er ben geen idee van mijn komst. Maandag ochtend wordt hij bij de director (v) geroepen. “Dit is Maud. Zij is nieuw en weet niets.” Of hij mij even kan inplannen en inwerken. Hij glimlacht zijn werkelijk alleraardigste glimlach en ze gaan aan de slag met de planning. Ik krijg 12 uur les toebedeeld, en morgen begin ik.

Poom neemt de orders van de director aan zonder een gedachte over de mogelijkheid of onmogelijkheid ervan. Ja is het enige mogelijke antwoord. De director laat geen ruimte vrij voor een ander. Haar ideeen zijn de juiste ideeen. Het zijn natuurwetten, gegeven problemen die moeten worden opgelost. En dit soort problemen zijn van een heel andere aard dan de problemen waar valt aan te tornen. Vragen als “misschien kan ze mij dit wel helemaal niet aan doen”  en “misschien wordt er te veel van me gevraagd” bestaan niet bij Poom. (Feit is dat Poom alle lessen van een andere lerares heeft overgenomen die net naar Australie is vertrokken om engels te leren. Hij heeft nu dus dubbel zoveel lessen en mij om in te werken.) Ik weet niet zeker of dit mensen nou gelukkiger of ongelukkiger maakt. Nooit gebukt gaan onder het idée dat je oneerlijk wordt behandelt, nooit de mogelijkheid tot bittere eenzame woede is misschien helemaal niet zo slecht voor de gesteldheid van een mens. De kwaliteit van de lessen worden er niet beter op natuurlijk.

Poom helpt ook mij. Ik roep help, en hij komt. Op een drafje. Laat alles vallen. Ik zeg dat ie alleen moet komen als ie tijd heeft. No no, I want to help you, zegt ie. Maar zijn hulp aan mij overbrugt niet heel veel ruimte en tijd. Hij helpt me vooral als ik in zijn buurt ben. Als ik daar niet ben, is het bijna onmogelijk om iets van hem gedaan te krijgen. Als ik hem bel rond 12 uur, en vraag of ie misschien tijd heeft om langs te komen zegt ie ja, maar komt niet en belt niet. Een uur late bel ik weer. Ja, ja over een uur. Is dat ok? ok zeg ik. en wacht. Twee uur lang, in de koffieshop van PiMooy waar ik wordt bezig gehouden. Nee sorry, sorry, ik heb geen tijd. Kunnen we niet eten? ok, eten. Maar, nee ook geen eten. Too busy, too busy. En ik moet fucking tourisme geven uit een thais boek.

Poom is uiterst behulpzaam voor iedereen die in z’n buurt is. Kinderen houden van hem, hij is altijd daar voor ze, lopen in en uit, leent ze geld, geeft ze gefrituurde worstjes, keurt hun werk goed, markeert ze “present”  als ze “absent” zijn. Nee bestaat niet. Ja, ga ik doen. Ja, komt goed.

En zo zwemt iedereen hier in een zee van glimlachende meisjes en ja-knikkende meebewegende behulpzamen, tot zo ver het oog reikt.

 

De Coffeeshop van Pi Mooy

Pi Mooy, is m’n grote zus, zij heeft mij hierheen gebracht. Maar ik heb wel meer grote zussen en broers. Het voorvoegsel Pi betekent grote broer of zus, en er wordt vaak verteld dat ik mensen zo moet noemen. “My name is Jun Pen but you can call me Pi El.”  Mooy heeft een coffeeshop voor de school. Ze verkoopt nauwelijks koffie, ze geeft het vooral weg. Ik heb in de week dat ik hier werkte haar eenmaal iemand zien betalen voor bestellingen, terwijl ze toch heeft geinvesteerd in het geheel. Een bar in een gallerij, stoeltjes en tafeltjes, een koffiemachine en een blender, een doek met “Coffeeshop”. Hoewel simpel, is het meer dan een coffeeshop. Elke dag komen er meerdere leerlingen bij haar langs om Engels te leren. Zij is namelijk een van de best Engels-sprekenden. Grote meisjes schuiven aan en doen de middag Giebelend aan engels, een stik verlegen jongetje komt met z’n moeder (lerares op de college) prepareren voor z’n scouting week in Japan. Aan de andere kant helpen leerlingen haar voortdurend. Ze brengen bestelling rond op de school, helpen met opruimen, schoonmaken, de annanas behandelen. Een vriend schuift aan en vraagt om hulp in een rechtzaak, waar zij een stuk van het Thais in het Engels moet vertalen voor een man die z’n Half-Thaise kinderen mee naar Duitsland wil nemen.

Ook ik ben deel van de keten van hulpbieders en gevers. De klieken meisjes verwachten mij nu elke dag. De verlegen jongen en ik hebben gelukkig gemeen dat we beide de keeper zijn in het voetbalteam. En mooy zelf heeft Engels huiswerk waarvan zij het liefst heeft dat ik het maak.

In Thailand bestaat de tijd minder. Minder bewust. Je bent niet een uur bezig met iets. Afspraken hebben ze liever niet. Je bent gewoon bezig. Hoe laat en hoe lang is niet van belang. Je stopt als je moe bent, of geen zin meer hebt. Dit geldt ook in de koffieshop van Mooy. Als je er bent ben je er de hele dag. Er zijn afspraken, maar vage. Als in “Ik zie je morgen in de koffieshop.”  Morgen moet ik lesgeven, en voorbereiden. Maar dat maakt allemaal niet uit, ik wordt verwacht, en ik kom als ik kan, de meisjes wachten wel. Mooy heeft de hele avond voor mij en haar huiswerk. Deze week vindt ik alles best. Ik weet niet hoe lang nog.

Udon Thani Vocational School

Men wordt hier wakker met een lied, 7 uur. Een of twee rustig popliedjes. Daarna een vrolijke mars. Die niet een maar twee keer wordt afgespeeld. Geen ontkomen aan. Leraren, en ander personeel wonen namelijk allemaal samen op school en delen dezelfde wekker.

Op het grote plein in het midden wordt elke dag de vlag gehesen om half 8. Het volkslied  wordt gezongen, drie meisjes met gouden stemmetjes doen het voor.  Respect wordt getoond aan de koning, gebeden naar buddha, de director geeft een speech, de vicedirector komt met de huishoudelijke mededelingen. Vandaag geef ik een speech, een dag in Thailand kom ik gefietst uit China, en ben ik jullie New Teacher. Tourisme, omdat ik zo lang tourist was, misschien, en nog steed wel ben. Savadika, zeg ik, tegen rechte rijen leerlingen in cool gepimpte uniformen.

Ik woon bij de Director in huis die haar huis heeft op de school. De director is een vrouw met rechte tanden, gestyled haar, een mantelpak met een goudgerand jasje. Op slechte dagen draagt ze een huidkleurig nekhouder en een ruggen rechter. Ze eet tamarinde voor ontbijt, een appel voor lunch en gestoomde groente in de avond. I get fat, legt ze uit, haar make up is overal. Haar Engels is niet allerbest, ze grijpt vaak je arm, omdat ze m’n vriend is. Ze bied me trips aan naar een van haar vele huizen, ze biedt aan om te betalen voor m’n eten, koffie? opgerolde groene cake? Ik kom niets tekort, behalve een warme douche.

Please stand up, hoor ik in het begin van mijn eerste les. De ladyboy die het leiderschap op zich heeft genomen geeft het commando. “Good morning teacher, how are you today.” vragen ze me in koor. Ik zeg dat alles redelijk goed gaat, maar dat ik niet goed begrijp in welke tijd ik terecht ben gekomen? En wat dit voor land is? zij bedanken me in koor en ook met hen gaat alles goed. Yes, you may sit down.

Hai, ik ben jullie nieuwe lerares, en tourisme is m’n passie

Na wat omzwermingen te hebben gemaakt in zuid, zuidoost europa en China, heb ik een bestemming voor twee maanden. En wel Udon Thani vocational school in Udon Thani, Thailand. Ik ben nu lerares tourisme. Any western foreigner will do, namelijk, omdat ze engels spreken en westers opgeleidt zijn. Alles is raar en ik beb tijd, geef twaalf uur les, dus kan iets opschrijven.